( in mijn uppie op de fiets naar Zwitserland-Davos deel 1)
Vlak voor vertrek slaat de twijfel toe. Familie en vrienden verklaren me voor gek: ik kan geen band plakken, niet navigeren en überhaupt, fietsen als vrouw alleen? Plots lijkt mijn droom om in mijn eentje door Europa te fietsen een stom plan. Moet ik dit wel doen? Durf ik dit?
Ik vertrek toch, mijn fietstassen gevuld met ‘voor je weet maar nooit’, en verzwaard met flink wat onzekerheden. Na 25 kilometer fiets ik al verkeerd. De Vennbahnroute had ik eerder gefietst en ik wist dat ik daar, hoewel gepland, nu niet was. Mijn navigatiesysteem en ik begrijpen elkaar nog niet. Na een dag of drie gaat het beter en slinger ik langs de grenzen van België, Duitsland en Luxemburg het verlaten Lotharingen in. Ik merk dat ik geniet van de stilte en zie buizerds die hoog in de lucht zich kapot lijken te lachen om deze tegen zichzelf pratende vrouw. Laat ze maar lachen, wat is het leuk weer eens een beginner te zijn!
Elke kilometer een beetje meer vertrouwend op mezelf fiets ik verder door de Elzas. ‘Wijn is leven’, zeggen ze hier en het land lijkt dronken van geluk. Ik slaap in kleine B&B ‘s waar ‘gastvrijheid’ wordt geschreven met een zachte gee. Soms slaap ik in mijn tentje. Na enkele nachten kamperen voel ik dat mijn ietwat belegen lijf een bed nodig heeft en boek een stacaravan in Kembs. De eigenaar lijkt op John Travolta en draait ‘Grease’ in de bar. In de caravan liggen papieren wegwerplakens. Ik drink een biertje op het terras, kijk om me heen en zie dat dit geen gewone camping is. Vreemd, het lijkt of hier drie toeristen zijn en verder uitsluitend seizoens-arbeiders. Ik vraag me af of ik hier iets van moet vinden? Gelukkig zei John Travolta: ’You come to me when any problem’. Oké John, ik geloof je op je mooie bruine ogen.
De volgende morgen stap ik vrolijk op mijn kilo’s lichter lijkende fiets. De meeste mensen deugen.

Plaats een reactie